Ramadan (16 mei t/m 14 juni)

Ramadan is de negende maand van het islamitisch jaar. Een uiterst plechtige, maar ook gezellige tijd. Moslims herdenken in deze maand dat Mohammed zijn eerste boodschap van God ontving. Alles wat God hem vertelde, is opgeschreven in de Koran.

Aan het begin van de Ramadan bepaalt God wie er komend jaar zullen sterven en wie er geboren zullen worden. In deze tijd is het belangrijk om te bedenken wat je verkeerd hebt gedaan en dat goed te maken.

Ramadan is een vastenmaand: elke dag mag je tussen zonsopgang en zonsondergang niet eten of drinken. Maar ben je nog klein, ziek, zwanger of op reis, dan hoef je niet mee te doen. Veel kinderen proberen vanaf een jaar of tien, twaalf al wel een paar dagen mee te vasten. Dat kan zwaar vallen…

Maar daar gaat het ook om. Op deze manier leer je jezelf te beheersen. En je voelt hoe het is om arm te zijn en geen eten of drinken te hebben. Ramadan lijkt zo een beetje op de vastentijd voor Pasen in het christendom.

Elke avond eindigt het vasten met een uitgebreide maaltijd. Marokkanen beginnen met drie dadels en een slok water. Daarna is er een speciale soep: harira. Turken eten vaak linzensoep en rijstpuddinkjes. Je nodigt vrienden en familie uit of gaat zelf bij iemand langs. Het einde van de Ramadan wordt vrolijk gevierd met het Suikerfeest.