Offerfeest (15 augustus)

Het Offerfeest is zo belangrijk voor de islam dat het oorspronkelijk niet eens een naam nodig had. Het was gewoon “Het Grote Feest”. Later kwam daar het Suikerfeest bij en samen vormen ze de belangrijkste feestdagen van het islamitisch jaar.

Het Offerfeest herdenkt dat Ibrahim (Abraham) bijna zijn zoon doodde omdat hij hem aan God moest geven. Gelukkig kwam er op het laatste moment een ram uit de hemel: dat mocht van God worden geslacht in plaats van Ibrahims zoon.

Om God te danken slacht elk gezin dat het kan betalen op deze dag een dier. Meestal een schaap of geit, maar een koe of zelfs een kameel mag ook. Van het vlees maak je feestgerechten. Maar je deelt het vooral ook met anderen: vrienden, buren en armen. Sommige moslims laten een dier in hun thuisland slachten dat de armen daar dan helemaal mogen opeten.

In de moskee is er een dienst met speciale gebeden. Mensen dragen veel witte kleren. Wit is de kleur van de haddj: de heilige reis naar Mekka, in Saudi-Arabië. Het Offerfeest hoort namelijk bij die reis en elke moslim zal die eens in zijn leven moeten maken.

Iedereen gaat bij elkaar op bezoek, te beginnen met een feestmaal bij het oudste familielid. Als het kan, krijgen ook de doden op het kerkhof visite. Er worden gelukswensen uitgedeeld en cadeautjes, vooral voor vrouwen en kinderen. Het duurt wel een paar dagen voor je iedereen hebt gezien en al dat lekkers hebt opgegeten!