Al Hidzjra (Islamitisch Nieuwjaar) ()

De islam werd verspreid door de profeet Mohammed. Hij verkondigde boodschappen van God in de stad Mekka. Dat ging niet altijd goed: op een dag moest hij met zijn volgelingen vluchten naar Medina. “Hidzjra” is Arabisch voor “verhuizing” en zo noemen moslims deze gebeurtenis. Het is een belangrijk moment, vergelijkbaar met de joodse uittocht (Pesach) uit Egypte. Al Hidzjra is het begin van de islamitische jaartelling en dus ook van de islamitische kalender. Dag 1 van jaar 1 is 16 juli 622 van de westerse jaartelling.

Op de islamitische kalender begint een maand als het nieuwe maan is. Een jaar heeft twaalf maanden van 29 of 30 dagen. Dat is 11 dagen korter dan een “gewoon” jaar en loopt niet helemaal gelijk met de seizoenen. Volgens moslims geeft de maan goddelijke tijd aan en die is nou eenmaal anders dan de tijd op aarde.

De aankondiging van het nieuwe jaar vindt plaats in Caïro, in Egypte. Als twee moslims daar de nieuwe maansikkel vanaf de Mohammed Ali Moskee kunnen zien, heeft de jaarwisseling plaatsgevonden. Nieuwsjaardag wordt niet uitbundig gevierd zoals bij Chinezen (Chinees Nieuwjaar) en Nederlanders (Oud en Nieuw). Het is vooral een plechtige herdenking waarbij een bezoek aan de moskee het belangrijkst is.

Tien dagen later is er wel een groot feest: Ashura. Veel moslims bidden en vasten op deze dag. Het is de sterfdag van Hussein, de kleinzoon van Mohammed. Kinderen krijgen vaak cadeautjes, vuurwerk of iets lekkers. Bijvoorbeeld couscous of soep met de staart die is overgebleven van het Offerfeest. De joodse nieuwjaarstijd (Rosj Hasjana) duurt trouwens ook tien dagen.