Dankdag voor het gewas ()

Veel van wat we eten ligt tegenwoordig kant en klaar in de supermarkt. Maar groente en fruit hebben een heel seizoen moeten groeien op het land. En dieren moeten gezond blijven om ons eieren, melk of vlees te geven. Veel christenen hebben daarom een speciale dag om God te bedanken voor alle overvloed die het afgelopen jaar heeft gebracht.

Deze “dankdag voor gewas en arbeid” valt in het najaar, op de eerste woensdag van november. Omdat veel mensen door de week niet meer naar de kerk gaan, wordt een oogstdienst op de zondag ervoor of erna gehouden.

Vroeger hadden de mensen rond deze tijd de oogst binnengehaald. In de lente hadden ze gebeden (Biddag voor gewas en arbeid) voor een goed jaar op het land. In het najaar was het tijd om de balans op te maken.

Lang niet iedereen verbouwt tegenwoordig nog zijn eigen voedsel. We werken voor geld om daar eten en drinken van te kunnen kopen. Daarom bedanken gelovigen God nu voor al het werk dat ze hebben kunnen doen. En dat ze met dit werk andere mensen of de wereld konden helpen.

Voor de dankdag wordt de kerk vaak versierd met bloemen of vruchten. Of er wordt een grote mand met fruit neergezet.