Holi Phagwa ()

Holi Phagwa is het uitbundige feest waarmee hindoes de overwinning vieren van de lente op de winter. En van het goede op het kwade. Het is ook een soort nieuwjaarsfeest. Op een avond met volle maan worden er grote brandstapels aangestoken. Kinderen hebben daar allerlei oude spullen en huisvuil voor verzameld. Mensen dansen om het vuur en gooien er stenen en zand in. Slechte gedachten en gevoelens moeten zo in de vlammen verdwijnen.

Soms verbrandt men ook een pop van de heks Holika. Zij probeerde haar neef Prahlaad te vermoorden omdat hij de hindoegod Visjnoe vereerde. Met een list kreeg Holika het voor elkaar dat ze samen op een brandstapel zouden gaan zitten. Holika dacht dat ze onkwetsbaar was. Maar zij kwam om in de vlammen terwijl Prahlaad geen centje pijn had.

De dag na brand smeert de pandit (de hindoepriester) op ieders voorhoofd wat as. Mensen wensen elkaar een goed nieuwjaar en gaan naar huis voor een bad en schone, witte kleren. Dan barst het echte feest los: elkaar flink bekogelen met gekleurd poeder! Wit brengt vrede, rood staat voor liefde en vruchtbaarheid, geel voor levenswijsheid en oranje voor vuur en geduld.

Je haalt grappen met elkaar uit en gaat zingend en dansend langs de huizen, die met bloemen zijn versierd. ’s Avonds eet je lekker en uitgebreid met de hele familie. Met Holi vallen alle verschillen weg. Iedereen doet mee: jong en oud, arm en rijk, man en vrouw, baas en knecht. Oude ruzies worden bijgelegd.