Driekoningen (6 januari)

Met Driekoningen wordt duidelijk dat de kleine Jezus een bijzondere opdracht in zijn leven heeft. Want niet iedereen krijgt zomaar kraamvisite van koningen uit verre landen! Die koningen, de bijbel noemt hen “wijzen”, kwamen uit het oosten naar Betlehem door een grote, heldere ster te volgen. Kunstenaars beelden het verhaal van Driekoningen graag uit. Ze stoppen er vaak allerlei verborgen betekenissen in. De drie koningen verwijzen bijvoorbeeld naar alle leeftijden van een mens. Melchior is oud en heeft een grijze baard. Caspar is van middelbare leeftijd en Balthasar, de zwarte koning, is nog jong. De koningen staan ook voor alle werelddelen die vroeger bekend waren: Europa, Azië en Afrika.

Hun drie cadeaus zijn bijzonder. Jezus krijgt goud, wierook en mirre. Goud is voor een koning, wierook is voor een god en mirre is voor een dode. Dat betekent: Jezus is een koning, hij is goddelijk én menselijk.

Driekoningen is een belangrijk feest voor de kerk, maar ook voor kinderen. In sommige delen van Nederland en België gaan ze verkleed als de drie koningen langs de huizen met een ster op een stok. De kinderen bellen aan en zingen een liedje voor snoep of een beetje geld. Vroeger heette dat 'sterrezingen' en deden grote mensen er ook aan mee.

Je kunt ook een driekoningenkoek bakken en samen opeten. In deze koek zit een boon verstopt. Wie de boon in zijn mond of op zijn bord vindt, is voor die dag de koning. Dan mag je bijvoorbeeld beslissen wat er gegeten wordt.