Aswoensdag (14 februari)

Aswoensdag is de woensdag na het carnavalsfeest. Op deze dag begint de vastentijd. Veertig dagen lang, tot aan Paaszaterdag, moet je dan zuinig aan doen met eten: geen zoetigheid, en minder vlees. Kinderen moesten vroeger hun snoep en koekjes bewaren in een speciaal vastentrommeltje. Zo bereiden christenen zich voor op het Paasfeest.

In de katholieke kerk krijgen mensen op Aswoensdag een kruisje van as op hun voorhoofd getekend. De as is gemaakt van verbrande “palmtakjes”, die het vorige jaar met Palmpasen aan de gelovigen zijn uitgedeeld. Het askruisje is een teken van berouw voor verkeerde daden. En het herinnert je eraan dat aan alles een einde komt. Maar as is ook heel vruchtbaar, dus staat het ook voor nieuw leven.

De vastentijd duurt veertig dagen omdat Jezus zelf evenveel dagen door de woestijn zwierf zonder eten. Die vastendagen zijn trouwens verspreid over zes en een halve week: op zondagen tussen Aswoensdag en Pasen hoef je niet te vasten.

Het is een serieuze periode: gelovigen staan stil bij het feit dat Jezus veel geleden heeft. Maar ze denken ook aan mensen die altijd weinig te eten hebben. De kerken houden daarom een actie: Kerkinactie en de Vastenactie zamelen tijdens de vastenperiode geld in voor de arme landen.

Tegenwoordig zijn de mensen niet meer zo streng met vasten. Wel vinden ze het nog steeds interessant en belangrijk. Want ook in andere godsdiensten wordt er gevast en nagedacht over de manier van leven. Tijdens de Ramadan bijvoorbeeld."