Sint-Maarten (11 november)

Op 11 november wordt het feest van Sint Maarten gevierd. Tussen ongeveer zes en acht uur 's avonds mogen kinderen met een lampion in de hand langs de deuren lopen. Na het aanbellen zingen ze liedjes ter ere van Sint Maarten en verwachten daarvoor een traktatie, doorgaans bestaande uit snoep of fruit.

Ook worden wel lampionoptochten georganiseerd door scholen en wijk- of buurtverenigingen. De kinderen hebben dan meestal tevoren zelf hun lampion vervaardigd, of een pompoen uitgehold om daarin een waxinelichtje te kunnen plaatsen. In sommige plaatsen rijdt de figuur van Sint-Maarten, als romeins officier, aan het hoofd van de stoet. Hoogtepunt van zo'n optocht is het moment waarop Sint Maarten met een zwaard zijn mantel in tweeën snijdt en de helft geeft aan de figuur van een verkleumde bedelaar. Na afloop van de optocht worden de deelnemende kinderen vaak door het organiserend comité getrakteerd.

Een tweede ritueel op Sint-Maartensdag is het ontsteken van een vuur. Dit gebeurt vooral in Limburg (en het aangrenzende Duitse Rijnland), maar ook in midden-Friesland. In de voorafgaande dagen wordt daartoe brandbaar materiaal verzameld door de wat oudere jeugd.